In de Riesewohld in Dithmarschen | Sleeswijk-Holstein


Im Riesewohld, Dithmarschen

Het kraakt onder de zolen. Op het pad liggen beukennootjes, die doen denken aan de kindertijd. Verzamelen en knutselen. De muffe geur van vochtige aarde stijgt op, boeit je naarmate je dieper het bos ingaat. Weelderige groene kussens van mos die zich uitstrekken aan de voeten van de loofbomen.

Altijd richting de zon, want licht is zeldzaam in het bos, iedereen dorst ernaar. Na fotosynthese, leven. Ik begreep pas de omvang van deze wedstrijd na het lezen van «The Secret Life of Trees» van Peter Wohlleben. Bovenal de verbindingen, de saamhorigheid in het bos. Ik ben een buitenstaander, geen deel van deze gemeenschap. En lang niet alles is zichtbaar voor het menselijk oog.

Zelfs de sporen van cultuur midden in de groene hel. De vorm van een overwoekerde ringmuur is te herkennen met verbeeldingskracht en met behulp van markeringen. Rond de tijd van de geboorte van Christus was hier al een nederzetting. Zonder het informatiebord had ik de vormen op het licht heuvelachtige terrein nauwelijks ontdekt. Maar nu zie ik wat er was. Eenvoudig leven in het bos. Of was hier toen nog geen bos? Het Dithmarschen Museum voor Archeologie en Ecologie in Albersdorf legt uit hoe het gebied zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Ik moet daar naar toe. Later. Enige tijd.

Bos in Dithmarsen
Bijna alleen onderweg.

Nu heeft het bos mij. Ik wandel over het smalle pad. Ongehaast, af en toe pauzeren om details op te sporen. Bladeren die groen oplichten in de achtergrondverlichting. Die delicaat en gevoelig lijken. Aan de rechterkant verschijnt een voormalig jachthuis dat tijdens het seizoen dienst doet als schuilplaats en informatiecentrum.

De deur is op slot, maar er zijn een paar kaarten aan de buitenmuur geplakt. Men wijst naar de gevederde bewoners van het bos. Van boompieper tot tjiftjaf — alles is aanwezig. Moerasmees, winterkoninkje, houtduif. Sommigen blijven het hele jaar in de Riesewohld, zoals de Vlaamse gaai. Ik luister het bos in, maar ik kan niet onderscheiden wie er fluit en fluit.

Naar de vijfvingerige lindeboom

Voor het houten huis een vergeelde zee van varens als symbool van vergankelijkheid, een onmiskenbaar teken van de herfst. Er bleven plassen over van de eerste storm van het seizoen die regen bracht, regen genoeg. Het pad verdwijnt steeds meer onder het gebladerte. Maar dan zie je zoiets als een kruispunt, rechts gaat het een jonger naaldbos in, links naar de ouwe, de vijfvingerige lindeboom.

Sommige takken liggen als gebogen slangen aan de rand. Soms ritselt het, wie verbergt zich daar? De luifel wordt steeds dichter. De kronen lijken samenzweerderige, alsof de bomen hun koppen bij elkaar steken, alsof ze fluisteren. Maar het is een netwerk van wortels en schimmels waarmee ze ondergronds communiceren.

Pas als ik de ster van het bos bereik, de uitgestrekte lindeboom, breken de zonnestralen weer door. Daar staat het, het kostbaarste en oudste stuk van de Riesewohld. Origineel, ongebruikelijk. Overal lijkt het bos betoverd. Alles is cirkelvormig, de opstelling van de banken, het immense dak van de lindeboom. Ze kon net zoveel armen hebben als een Indiase godheid. Er is een legende rond de fantasierijke vorm. Een wandelaar die ten onrechte van een misdrijf wordt beschuldigd, zou zijn hand hebben opgestoken in een eed. Vijf vingers. Het heeft hem op zich niet geholpen.

De naam Riesewohld

Ergens vandaan het dreunende geluid van een vogelstem, die luider wordt en overgaat in gezang. Je loopt heen en weer in de Riesewohld, kronkelend als een beekje. Kort voor het naaldbos vormt het blad een boog. Het gegroefde pad aan de overkant biedt een verandering van perspectief wanneer de bosbodem zich nu min of meer op ooghoogte bevindt. Opvallend is het kreupelhout langs het pad naar rechts en links. In het jongere deel van het bos groeien naaldbomen die eruitzien als slanke reuzen.

Mos in de Riesewohld
mos jurk

Maar het is het loofbos dat het bos zijn naam heeft gegeven. Ooit werden de bomen door de boeren gebruikt en op de stam geplant. De bomen braken weer over en er ontstond een hakhout. «Ries», Nederduits voor kreupelhout, betekende destijds «struiken».

Het licht heuvelachtige terrein gaat terug op een stuwwal uit de ijstijd. De Riesewohld zou in ieder geval sinds de middeleeuwen hebben bestaan. Het voorkomen van kleinbladige lindebomen, die in de loop van de geologische ontwikkeling door beuken zijn verdrongen, wijst echter op een hogere leeftijd.

Twee wandelaars kruisen mijn pad. Je groet elkaar, wandelt verder, diep in gesprek. Wie met z’n tweeën gaat, is ook samen stil, in gedachten verzonken, op het platteland. Dit is ook bosbaden.

Opeens komt het leven binnen. Kindergelach doorbreekt de stilte, hoge kreten. Een jong gezin, de ouders vertellen iets over het bos, geven aanwijzingen. En ik vraag me af: heb je als kind niet een andere relatie met de natuur dan wanneer je er dichterbij stond? Misschien verzamelt de familie later wat beukennootjes, roostert ze ze later in de pan en giet ze over een salade.

Dat herinnert me eraan dat ik er in tijden niet meer heb geproefd.

Tekst en foto’s: Elke Weiler

Julchen beveelt aan.

En een leestip

Op 9 februari 2022 verschijnt bij Gmeiner Verlag niet alleen mijn eerste misdaadroman, die zich afspeelt in Noord-Friesland en Dithmarschen, maar ook het reisboek «Favoriete plaatsen voor senioren Noordzee Schleswig-Holstein». Met culturele en culinaire tips, maar ook ontspannende wandelingen en fietstochten. Overigens speelde Riesewohld in beide boeken een rol.

Source: https://meerblog.de/riesewohld-dithmarschen/